Geschiedenis van wijn in vijf keerpunten

Portret van Sophie van Dijk, sommelier en wijnkenner bij Bravour
Sophie van Dijk
Sommelier en wijnkenner bij Bravour
Wijnkennis · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Wijn is veel meer dan alleen een drankje bij het eten. Het is een verhaal dat duizenden jaren teruggaat.

Vroeger was het niet voor de gezelligheid, maar voor de goden, als medicijn of om belangrijke deals te bezegelen.

In dit artikel neem ik je mee langs vijf cruciale momenten in de geschiedenis van wijn. Van een ongelukje in een oude pot tot de flessen die je nu in de supermarkt vindt. Laten we beginnen bij het allereerste begin.

1. Het begin: de eerste wijn in Georgië (6000 v.Chr.)

Stel je voor: je hebt druiven geplukt en bewaard in een kleien pot. Per ongeluk laten staan.

Een paar weken later ruik je iets gists, iets fruitigs en een beetje zuurs.

Dit is waarschijnlijk hoe de mensheid voor het eerst in aanraking kwam met wijn. De oudste bewijzen van wijnproductie dateren van ongeveer 6000 v.Chr. en komen uit het land Georgië, in de Kaukasus. Daar vonden archeologen kleien kruiken (amforen) met druivenresten.

Het was waarschijnlijk nog geen perfecte wijn, maar het was wel het begin. In plaats van het sap gewoon op te drinken, liet men het gisten.

Dit proces zorgde voor alcohol, wat de drank lang houdbaar maakte en een licht roeswekkend effect had. Vanuit Georgië verspreidde deze kennis zich langzaam verder.

2. De godendrank: wijn in de oudheid

Toen de wijnkennis zich verspreidde naar oude beschavingen zoals die van de Grieken en de Romeinen, veranderde de status van de drank. Wijn was niet zomaar een drankje; het was een godendrank.

In de Griekse mythologie was wijn verbonden aan de god Dionysus. Later namen de Romeinen hem over onder de naam Bacchus.

Dionysus en Bacchus

Wijn werd gezien als een geschenk van de goden, een manier om dichter bij de hemel te komen. Maar het was ook een drank voor de elite. Arme mensen dronken vaak water of azijn, terwijl de rijken genoten van verfijnde wijnen.

De Romeinen waren echte pioniers. Ze verbeterden de wijnbouwtechnieken enorm. Ze introduceerden betere snoeiwijzen en bewaarmethoden. Waar de Grieken hun wijn vaak nog met kruiden en zeewater mengden, ontdekten de Romeinen dat pure druivenmost beter was.

Ze verspreidden de wijnbouw over heel Europa, van Frankrijk tot aan de grenzen van Duitsland.

Zonder de Romeinen hadden we vandaag waarschijnlijk geen wijngaarden in de Bordeaux of de Rhijnvallei.

3. De Middeleeuwen: monniken bewaren de kennis

Toen het Romeinse Rijk viel, leek de wijnbouw even in gevaar te komen. Maar gelukkig was er een groep die de kennis levend hield: de monniken. In de Middeleeuwen waren kloosters de centra van kennis en landbouw.

In kloosters zoals die van de Cisterciënzers in Frankrijk of de Benedictijnen in Duitsland, hielden monniken nauwkeurig bij welke druivensoorten het beste groeiden op welke grond.

Ze ontdekten dat bepaalde stukken grond specifieke smaken gaven. Dit was de geboorte van het concept 'terroir' – de invloed van de bodem en het klimaat op de smaak van de wijn.

Wijn was in deze tijd ook essentieel voor de kerk. Tijdens de mis werd wijn gebruikt als symbool voor het bloed van Christus. Hierdoor was wijnbouw niet alleen een handel, maar ook een religieuze plicht. Zonder de toewijding van deze monniken was de kennis van wijnmaken mogelijk verloren gegaan.

4. De uitvinding van de kurk en de fles

Hoe bewaar je wijn zonder dat het zuur wordt? Dat was eeuwenlang een groot probleem.

In de 17e eeuw vond men in Engeland en Frankrijk een oplossing: de glazen fles en de kurk.

Voor die tijd werden wijnen vaak in houten vaten of grote amforen bewaard. Zodra je een vat openmaakte, moest de inhoud snel op. De uitvinding van de flessen van stevig glas (met een donkere kleur tegen het zonlicht) en kurk als sluiting veranderde alles.

Wijn kon nu jarenlang rijpen en bewaard blijven. Dit had een groot effect op de handel.

Je kon nu wijn overzee vervoeren zonder dat de kwaliteit achteruitging. Dit was het begin van de wereldwijde wijnhandel zoals we die nu kennen. Merken konden een reputatie opbouwen omdat ze consistentie konden garanderen.

5. De Nieuwe Wereld: hoe de wereld kleiner werd

In de 20e eeuw veranderde de wijnwereld opnieuw drastisch. Tot dan toe waren landen als Frankrijk, Italië en Spanje de dominante spelers.

Maar landen zoals Australië, de Verenigde Staten (met name Californië), Chili en Zuid-Afrika kwamen sterk op. Deze "Nieuwe Wereld" landen introduceerden nieuwe technieken. Ze maakten gebruik van moderne technologie, zoals temperatuurgecontroleerde vergisting, wat zorgde voor stabielere en fruitigere wijnen.

Merken zoals Yellow Tail of Robert Mondavi werden wereldberoemd door hun toegankelijke stijl.

Wat deze landen deden was wijn democratischer maken. Ze lieten zien dat je geen expert hoefde te zijn om te genieten van een goed glas. Tegelijkertijd bleven de klassieke wijnlanden (de "Oude Wereld") vasthouden aan traditie en terroir. De spanning tussen de Oude Wereld en de Nieuwe Wereld zorgt vandaag de dag nog steeds voor een spannende markt vol keuze.

Wijn vandaag de dag

Van een ongelukje in een pot in Georgië tot aan de gigantische wijnindustrie van vandaag.

Wijn is door de eeuwen heen een constante metgezel van de mensheid geweest. Het is veranderd van een godendrank naar een medicijn en nu naar een dagelijks genietmoment. Of je nu een fles koopt bij Gall & Gall, een dure selectie uitzoekt bij een specialist, of gewoon een glas inschenkt van een huismerk: je proeft een stukje geschiedenis. De volgende keer dat je een slok neemt, bedenk dan even hoeveel werk en traditie er in dat glas zit. Proost!

Veelgestelde vragen

Hoe is wijn ontstaan?

Wijn heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in Georgië rond 6000 v.Chr., toen mensen per ongeluk wijn maakten door druiven in kleien potten te bewaren en laten gisten. Dit proces maakte de drank lang houdbaar en gaf een licht roeswekkend effect, waardoor het een waardevolle bron van energie werd.

Wat was de rol van wijn in de oudheid?

In oude beschavingen, zoals Griekenland en Rome, werd wijn niet alleen als drank gezien, maar als een godendrank, verbonden aan goden als Dionysus en Bacchus. De elite genoot van verfijnde wijnen, terwijl de armen vaak water of azijn gebruikten, wat de sociale status van wijn onderstreept.

Hoe hebben de monniken bijgedragen aan de ontwikkeling van wijn?

Tijdens de Middeleeuwen hielden monniken nauwkeurig bij welke druivensoorten het beste groeiden op verschillende grondsoorten, wat leidde tot het concept ‘terroir’. Ze experimenteerden met verschillende technieken en verbeterden de wijnbouw, waardoor de kwaliteit van wijn aanzienlijk toenam en de basis werd voor moderne wijnbouwmethoden.

Waarom was wijn zo belangrijk voor de Romeinen?

De Romeinen waren pioniers in de wijnbouw en verspreidden de kennis en technieken over heel Europa, van Frankrijk tot Duitsland. Ze verbeterden de snoeiwijzen en bewaarmethoden, en ontdekten dat pure druivenmost beter was dan gemengde wijnen, wat leidde tot de wijngaarden die we vandaag de dag kennen in regio’s zoals Bordeaux en de Rhijnvallei.

Wat is de oorsprong van het concept ‘terroir’?

Het concept ‘terroir’ is ontstaan in de Middeleeuwen, toen monniken in kloosters ontdekten dat verschillende stukken grond verschillende smaken gaven aan de druiven. Dit begrip beschrijft de combinatie van bodem, klimaat, hoogte en andere factoren die de smaak van een wijn beïnvloeden, en is essentieel voor het begrijpen van de diversiteit in wijn.

Portret van Sophie van Dijk, sommelier en wijnkenner bij Bravour
Over Sophie van Dijk

Sophie is een gepassioneerde sommelier met jarenlange ervaring in de wijnwereld.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Wijnkennis
Ga naar overzicht →